'In Lucca weet men wat een stuiver is'
(De Zomerreis, Arthur van Schendel 1938).
___________________________________
Ijsvogel op een fietsketting? Nee, op het sluisje bij
Schelphoek (foto: Adri de Groot)
______________________________
* De trillingen moeten Trump in de schedel zijn geslagen.
Zou de thrill nu al gone zijn?
* Je kan het zo zien: "Een vrouw denkt toch heel anders dan een heer. Ik heb dat al vaak gemerkt in mijn veelbewogen leven ..." (dixit Heer O.B. Bommel te Rommeldam)
* "Zij was beeldschoon en sierlijk waren hare bewegingen. Het licht speelde door heur haren en haar stem deed denken aan het koeren van een duif. Als een gazelle overschreed ze de drempel van de poort ..."Over welke politica heeft Markies De Canteclaer het hier? Over .....?
Ik denk over Brigitte Bardot (1934 – 2025), op later leeftijd politiek actief op rechts en dierenactivist. In 1961 maakten o.a. Rubberen Robbie en The Emeralds - in het geval van de laastte - het braaf getekste liedje 'Brigitte Bardot, Bardot'. (drie meisjes van de Leidse Sleuteltjes vormden het achtergrondkoortje). Brigitte was toen alleen mooi en sexy, nog niet omstreden. Op het schoolplein van mijn lagere school volgden wij de alternatieve tekst van de heer R. Robbie: "Brigitte Bardot, Bardot. Die heeft ze niet zo, maar zo." Met bijbehorende handgebaren.
Als ie maar niet ziek wordt...
* ' Het publiek is van harte bereid misleid te worden' (The Origins of Totalitarianism, Hannah Arendt (1951) .
Tot zover de politiek.
___________________
Alweer over de helft....
En het carnaval is het laatste weekend alweer losgebarsten. Nou ja, gebarsten.... Lucca viert Carnaval samen met Viareggio, dé carnavalsgemeente hier in de buurt. Ze trekken daar geloof ik vijf weekends voor uit; gelukkig gaat het er in vergelijking met Nederland wel wat rustiger aan toe hier...
Détail voor de liefhebber: juist bij de start van het carneval versloeg FC Lucchese haar grootste concurrent voor de eerste plaats in de zgn. Excellenza-klasse Viareggio. Promotie naar Serie D ligt nu binnen bereik, zo niet in het verschiet.
Piazza del Giglio, 25 januari
Het is hier (weer) heel erg en heerlijk rustig in de stad, na de wèl erg drukke Kerst/NY-periode. Wij zelf gaan mee in die flow: geen haast, geen stress. Lekker lezen. Eerder saai dan enerverend, dat misschien. Maar altijd heel prettig de dag door, veel ontmoetingen, doorgaans gaat dat buitenshuis hier. Maar dan wel elke dag. Bezoekje aan Bar Martini van de van chemo herstellende Giulia. Vier keer daags wandelen met hondje Lucca. Voor hondje Lucca vormen de uitstapjes die Mary-Anne zo'n drie keer in de week met twee hondenvriendinnen en hun viervoeters 's middags naar ergens buiten de stad hoogtepunten qua ren-en snuffelmogelijkheden. Altijd bekaf bij thuiskomst.

Af en toe gaan we op restaurant bij een der favorieten (waarvan er te veel zijn...), en we hebben onlangs samen met onze Vlaamse vrienden Jan en Kris weer heerlijk gegeten bij Cristina en Paladino (van fietswinkel Chronò). Daarbij werd bovenstaande fles vakkundig geleegd ('fatta fuori'). Maar in het algemeen ben ik van de dagelijks kook.
Qua fietsen is het voor mij tot nu toe allemaal nogal bescheiden, zo zelfs dat de hoofdtitel van dit blog in vergelijking met de eerste jaren niet echt meer aan de orde is. Ik zoek het tegenwoordig ook wat lager hogerop. Je kan trouwens ook niet eindeloos over je fiets lullen, natuurlijk. En in de loop der jaren heb ik wel over de meeste cyclistische wederwaardigheden hier verhaald. Ik verwacht op dat gebied ook geen nieuwe, tot de verbeelding van de liefhebber sprekende ervaringen meer, noch de beschrijving van mooie routes. Ik verwijs daarvoor naar mijn blogs van eerder. Overigens was het hier afgelopen tijd vaak erg nat, dus dat lokt ook niet echt.. En de fysiek zat het wat tegen ook. Maar alweer genoeg geklaagd.
Al met al hebben we het erg naar ons zin in ons nieuwe appartementje, en eigenlijk never a dull moment in het dagelijks leven.
Oei, me rug!
Het zegeningsritueel doet me terugdenken aan de wielerwedstrijd Omloop der Kempen in Veldhoven. Ik ben officieel 'Vriend van d'n Omloop'. Jarenlang zegende pastoor Vekemans de renners voor de start van de wedstrijd.
'Meneer Pastoor' Vekemans met naast hem mijn ex-zwager Gerard van der Meeren, die de pastoor elk jaar 'regelde'. (met dank aan Henry van den Biggelaar, ongeveer het Hart van...)
De zegening was een traditioneel moment. Meneer Pastoor zegende zowel de fietsen als de renners met wijwater. Aldus zouden ze het ongeluk onderweg ontlopen. Indien gelovig sloegen de renners een kruis. In mijn herinnering waren dat voornamelijk Italianen en Vlamingen.
Enkele dagen voor zijn dood (kerstavond 2002) komt een parochiaan bij pastoor Vekemans in het ziekenhuis en zegt: “Ge ziet er goed uit, pastoor”, waarop hij antwoordt: “Als ze dè van een vèrreke zeggen, dan hangt ie een paor daoge latter op de leer (ladder).”
The Origins of Lucca
Lucca begon als een nederzetting van de Etrusken. De naam voor de stad komt van het Etruskische 'Luk', hetgeen moeras betekent. De stad werd voor het eerst genoemd door de geschiedschrijver Livius (in boek XXI, 28 v. Chr.) als de plaats waarheen Sempronius zich in 218 v.Chr. terugtrok na de Slag bij de Trebia tegen Hannibal ("Secundum eam pugnam Hannibal in Ligures, Sempronius Lucam concessit")
In het jaar 180 v. Chr. werd Lucca een Romeinse kolonie. Die lag op een kruispunt van drie heerbanen: de Via Cassia, de Via Aurelia en de Via Claudia. Het huidige stratenpatroon in Lucca-centrum stamt regelrecht af van dat van toen.
Plattegrond van Lucca in de Romeinse periode
Op de plattegrond zie je het amfitheater nog buiten de ommuring liggen, zoals gebruikelijk in Romeinse steden. Het appartement waar wij verblijven was er hoogstwaarschijnlijk nog niet, maar actueel bevindt het zich ongeveer op de plek van het meest rechtse blauwe symbool. Van zuid naar noord loopt de zoheten cardo maximus, de hoofdstraat met toen -en nog steeds (ong. Via Fillungo) - winkelvoorzieningen. Van west naar oost loopt de decumus maximus, de andere hoofdas, toen vooral van belang als verbindingsweg tussen Romeinse legerkampen. Deze as ligt er vandaag de dag nog zoals ie lag (Via Paolino-Via della Croce). De assen verbonden de toegangspoorten van die tijd. Op het kruispunt lag de belangrijkste ontmoetingsplaats, het Forum Romanum, het centrum van het economische en sociale leven in de stad (het gele symbool). In april van het jaar 56 v.Chr. vond er in Lucca, vermoedelijk in de Chiasso Barletti, een ontmoeting plaats tussen Julius Caesar, Crassus en Pompeius met als thema de voortzetting van hun politieke samenwerking.
Ook de opvolger van Forum Romanum, Piazza San Michele is nog altijd een belangrijke ontmoetingsplek in de stad. Als je in het weekend ruzie wil zoeken moet je daar zijn. Het plein is nog altijd indrukwekkend maar wel een stuk kleiner dan het toenmalige Forum, vooral vanwege de kerk San Michele in Foro.
Restanten van de oude muren zijn op meer plekken hier in de buurt te zien, O.a. in de kerk Santa Maria Forisfortam hier vlakbij; bij de bouw zijn stenen afkomstig v an de Romeinse muur gebruikt voor het optrekken van een van de muren.
En in de garagekelder onder ons appartement zie je restanten van de oorspronkelijke muur. Mijn fiets staat daar dus op een historische locatie.
Romeinse muurresten onder ons appartement
Zo historisch heeft mijn Pinaatje eerder niet gestaan....
In de 11e en 12e eeuw werden nieuwe muurtrajecten toegevoegd, waardoor het amfitheater binnen de Muren kwam te liggen. Deze uitbreiding was nodig geworden door toename van de bevolking. Die groei werd mede veroorzaakt door de cruciale liggeng van de stad op de oudste pelgrimsroute van Europa, de Via Francigena. Twee van de vier de middeleeuwse toegangspoorten tot de stad zijn er nog altijd: de Porta dei Borghi aan het einde van de Via Fillungo en de Porta San Gervasio aan het einde van de Via della Croce.
Zegt de zaktechniek u wat? Mij niet, maar hier volgt de uitleg:
De gebruikte bouwtechniek was nogal bijzonder:
De middeleeuwse muren waren ongeveer 2,45 meter dik, opgericht met een zaktechniek: een kern van stenen en stukken afval ingebed in mortel, gelaagd tussen een buitenkant met een laag zorgvuldig vierkante stenen blokken en een binnenzijde gemaakt van een goedkopere laag bakstenen. Aan de buitenzijde staken de drie onderste lagen licht uit (elk ongeveer één centimeter) voor meer stabiliteit.
Ook deze poorten werden op hun beurt weer opgeslokt door de grote uitbreiding die in de 16e en 17e eeuw werd gerealiseerd; vanaf dan tot de huidige dag vallen beide poorten binnen de renaissancemuren van de ommuurde stad. De muren zijn nu ook een stuk breder dan destijds, ze bieden met de bomen langszij en een lengte van 4,2 km een prima gelegenheid om te wandelen, fietsen, flaneren. Daar wordt dan ook uitbundig gebruik van gemaakt,
Ommuring anno nu (gebouwd tussen 1500-1640)
Een stukje van de Muren vormde ook het eerste stukje parkoers bij het WK Wielrennen in 2013 bij de eliteprofs. De Nederlandse ploeg:
- 43.
Tom Dumoulin - 44.
Robert Gesink - 45.
Johnny Hoogerland - 46.
Wilco Kelderman - 47.
Sebastian Langeveld - 48.
Bauke Mollema - 49.
Tom-Jelte Slagter - 50.
Laurens ten Dam - 51.
Pieter Weening
Het was een erg natte start van het kampioenschap, bij vertrek in Lucca waren de heren coureurs al zeiknat..... en de Nederlanders braken geen potten. Maar wie won er bij de junioren? Jawel, ene Mathieu van der Poel...
Olympische Winterspelen Milaan
De Grote Medaillejacht gaat binnenkort weer van start. Om de kansen van de Nederlandse schaatsers te maximaliseren is een revolutionair schaatspak ontwikkeld. Listig geplaatste ribbels en nieuw combinaties van stoffen zouden een flink snelheidsvoorstel opleveren. "De binnenste laag wordt zo strak over het lichaam getrokken, dat een schaatser een kwartier nodig heeft om het aan te kunnen trekken." -(Sp ortkledingontwerper Van der Tuuk, VK 27-1).
Komen zo niet bepaalde lichaamsdelen een beetje klem te zitten, vraag je je dan af? Gelukkig heeft de ploeg een prima sportarts mee. Iemand uit het beroemde geslacht Moen. Hopelijk houden die ICE-gasten uit de VS, die de boel klaarblijkelijk komen beveiligen zich een beetje gedeisd.
Natuur en zo
Op weg naar de andere kant van de rivier.
Gelukt!! (With a little help from my friends, my mom in the first place)
* Tour Down Under (Australië) - (25-1): Twee kangoroos springen in het peloton, veroorzaken grote valpartij. Renner Menno Huising van Team Jumbo-Lease a bike breekt sleutelbeen. Een wist ongedeerd te ontsnappen, de ander moest helaas worden geeuthaniseerd.
Uit Australië kreeg ik deze reactie van vriend Kenny (samen met Zeliha huurde hij een paar keer ons huis tijdens ons verblijf in Lucca): "My apologies. It was very unsportsmanlike to train a kangaroo to attack the Dutch cyclist so Jay Vine could win the race."
Drama op de A2 bij Breukelen (24-1): kroonkraanvogel aangereden door auto, partner wijkt niet van zijn/haar zijde. Verkeer stil gelegd.
Een Italiaan reist naar Nederland (1873-1874).
Zijn naam: Edmondo de Amicis (1846-1908). Diens reisverslag uit 1874, getiteld 'Olanda' (476 pp.) vond ik in de boekenkast in ons appartement, tussen een paar honderd andere 'stoffige' boeken. Helaas niet het origineel maar een herdruk uit 1940 (prijs: 1 Lire).
De Amicis' nieuwsgierigheid naar ons land werd opgewekt bij het bekijken van de kaart van Noord-Nederland. Zoals hij zijn tekst (vert. David Lodeesen: Nederland en zijne bewoners- (1876)) opent:
"Wie voor 't eerst een uitvoerige kaart van Noord-Nederland ziet, begrijpt bijna niet,
dat zulk een land bestaan kan. Op den eersten aanblik zou men niet kunnen zeggen
of het land of het water de bovenhand heeft, of Nederland tot het vasteland of tot
de zee behoort........ Men zou meenen dat het slechts door bevers of
zeehonden bewoond zou kunnen worden, en dat de bewoners, - nu er eenmaal
zulk een roekeloos volk bestaat, - er het hoofd niet rustig moesten kunnen
neerleggen." - (Maar toen, een heel tijdje later wel, kwam de Cultuurtechnische Dienst ....).
De Hollandse Oorlog – Lodewijk XIV steekt de Rijn over (Adam Frans van der Meulen, Rijksmuseum)
De eerste tientallen bladzijden zijn gewijd aan de strijd tegen het water door de eeuwen heen, hoe 'wij Nederlanders' uit water land maakten. Het verstand van de jonge bezoeker staat er bij stil. Nog meer bij hoe de Nederlanders, de Hollanders eigenlijk, het water inzetten ter verdediging tegen vreemde mogelijkheden. Zo hadden Franse troepen onder leiding van Lodewijk XIV In het Rampjaar 1672 de stad Utrecht bezet (op 23 juni) De koning zelf verbleef van 1 tot 10 juli op de buitenplaats Veelzigt in Zeist.
De legers van 'Zonnekoning' Lodewijk d'n Veertiende (tis bijna Carnaval, mensen), na de oversteek van de Rijn gevorderd tot Muiden, wilden vervolgens opstomen om Amsterdam in te nemen. De Amicis beschrijft met bewondering hoe de Hollanders de toegang over water geblokkeerd hadden met een hele batterij schepen, de dijken bij Muiden werden doorgestoken met een groot overstroomd gebied als gevolg. de Hollandse Waterlinie in werking. Daardoor kon Lowiekes cavalerie ook over land niet tot Amsterdam geraken. Afijn, de opmars van het Franse leger werd gestuit, en de troepen trokken zich uiteindelijk helemaal terug. Utrecht kwam onder het bewind van Stadhouder Willen de Derde te vallen.
Stadhouder Willem d'n Derde
Vanwege de snelle capitulatie voor de Fransen (om verwoestingen en plunderingen te voorkomen) pakte Willem Utrecht achteraf keihard aan. Hij ontnam provincie en stad hun autonomie, en de regenten die de overgave steunden, werden aangepakt.
___________________________________________________________
De Amicis' rondreis door Nederland begint in Antwerpen. Vandaar ging het per boot naar Rotterdam. Tijdens deze trip langs de Zeeuwse eilanden (zie figuur hierboven) werd hij door gesprekken met mede-reizigers (Nederlanders en Belgen) heel wat waterwijzer. Voorts verhaalt hij uitgebreid over de Nederlandse schilderkunst waarvan hij diep onder de indruk blijkt, en die volgens hem alleen te vergelijken is met de Italiaanse. Op zijn verdere reis door Olanda doet hij diverse steden aan waar hij zich verwondert bij hun aanblik, de sfeer, en de sociale situatie. Eén citaaatje dan, over Scheveningen.
Hendrik Willem Mesdag, Schepen op het strand met vissersvrouwen, olieverf op doek (circa 1880), Museum Panorama Mesdag.
"Het dorp Scheveningen .... is in twee deelen verdeeld. Het eene deel bestaat uit elegante huisjes van alle gedaanten en alle kleuren, zooals men die in Holland vindt, voor vreemdelingen ingericht, met het ‘kamers te huur’ in allerlei talen. Het andere deel, waar de eigenlijke Scheveningers wonen, bestaat enkel uit zwarte hutten en nauwe straten waar de vreemdelingen nooit een voet zetten. De bevolking van Scheveningen, die enkele duizendtallen bedraagt, bestaat bijna geheel uit visschers, voor het meerendeel zeer arm. Het dorp is nog een der hoofdstations voor de haringvisscherij......" De Amicis moet het tafereel op het schilderij van Mesdag zelf hebben aanschouwd.
Op zijn reis door Nederland doet hij ook Utrecht aan, en Zeist. Hij was toch in de buurt, hij bezocht daar het Bolwerk van de Jansenisme.
Utrecht
Van Utrecht verwachtte jongeheer De Amicis niet veel: de stad had bij zijn weten weinig fraais te bieden wat hij bovendien niet al elders had gezien. "Utrecht heeft, evenals Leiden, het droefgeestige en ernstige voorkomen van een stad die achteruitgegaan is: groote, verlaten pleinen, lange, stille straten en breede grachten, waarin zich antieke en donkerkleurige huizen spiegelen." Kunnen we het mee doen... Café De Rat bestond natuurlijk ook nog niet... Bijzonder vindt hij wel die grachten, want die liggen 'veel lager dan de straten die er langs loopen, en onder die straten zijn werkplaatsen, pakhuizen, winkels en woningen, die het water voor de deur en de straat tot dak hebben.' (NB. Tijdens mijn vervangende dienstplicht op het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Leersum werkte daar in de keuken de vriendelijke Stien, opgegroeid in zo'n pakhuis annex woning precies onder de Rembrandbioscoop aan de Oude Gracht, waar haar ouders een aardappelhandel dreven.)
De jonge Edmondo bezoekt Utrecht vanwege haar geschiedenis waar zulke beroemde gebeurtenissen, zoals het tekenen van de Vrede van Utrecht hebben plaats gehad: ''die beroemde stad Utrecht, wier naam we allen zoo menigmalen hebben uitgesproken, wanneer we, als jongens bij onze geschiedenis-les, het jaartal 1713 in het geheugen moesten prenten.''
De vergadering is geopend (Stadhuis Utrecht, 20 januari 1712)
Hij zegt daarover:
"Men gaat er heen, om de lucht in te ademen der stad, waar de gewichtigste gebeurtenis der Nederlandsche geschiedenis plaats vond: de Unie der Noord-Nederlandsche gewesten tegen Philips II; waar het tractaat geteekend werd dat aan Europa den vrede weergaf na de verwoestende oorlogen der Spaansche erfopvolging; waar onder de bijl des hertogen van Alva het onschuldige hoofd gevallen is van den tachtigjarigen van Diemen; waar nog levend en sprekend de herinneringen zijn van St. Bonifacius, van Adrianus VI, Karel V, Lodewijk XIV, en waar nog het strijdvuur der oude bisschoppen kookt, overgegoten in het bloed der orthodoxe Gereformeerden en der ultramontaansche Catholieken."
Hij hangt zijn verhaal over de stad op aan de geschiedenis van haar grote kerk, thans de Dom, sinds het jaar 720: "de beelden, altaren en kruisen werden er ingebracht en uitgeworpen, werden er vernield of vernieuwd, geëerd of gehoond, al naar dat de wind keerde."
Zitting van de Raad van Beroerten, bijgenaamd de Bloedraad (1576) in Utrecht tijdens het Spaanse bewind . De raad werd voorgezeten door de Hertog van Alva, gezeten op een troon met gerechtsroede in de hand. Aan de grote tafel zitten ook zijn raadsheren. Een man knielt voor de raad. Rechtsachter wordt een andere man onthoofd.
___________________________
Over het stedelijk bloedvergieten gesproken... Hij spreekt niet over de Utrechtse sodomieprocessen, en de grootscheepse vervolging van homoseksuelen in 1730-1731 in de stad. Achttien van 'sodomie' verdachte 'Utrechtenaren' werden ter dood veroordeeld en gewurgd. Op het Domplein ligt sinds 1999 een gedenksteen die herinnert aan deze kwalijke episode.
Wèl vermeldt hij "eene beroemde wandelplaats, die Lodewijk XIV wel voor het Vandalisme zijner soldaten heeft willen sparen: een straat van een klein half uur lang, overschaduwd door acht rijen prachtige lindeboomen.'' Als dat de Maliebaan niet is, hetzelfde stukje Utrecht waar niet lang geleden nog enkele beroemde coureurs voor de camera's hebben geposeerd. De een won het bergklassement van het Critérium du Dauphiné in 2015 en droeg in hetzelfde jaar ook - als eerste Afrikaan - de bolletjestrui in de Tour de France. Zover is die ander niet gekomen....
Mooie beschijvingen van de jaren dat Napoleon en Lodewijk 14 in Utrecht vertoefden.
De aanval was een zegetocht geweest, de aftocht was een overhaaste vlucht; de triumphbogen die te Parijs opgericht werden om de overwinning te vieren, waren nog niet gereed, toen de voorhoede van het verslagen leger al voor de poorten was; en Lodewijk XIV, die bij het begin van den oorlog door Europa toegejuicht was, vond zich na het verlies van den oorlog met gansch Europa in strijd. Zulk een zegepraal behaalde
Nederland en zijne bewoners op den grooten monarch, de vaderlandsliefde op de veroveringszucht, de wanhoop op de overmacht, het recht op het geweld!
Zeist: " Ik had ook de begeerte, om de rechtstreeksche afstammelingen te zien van die Waldensen en Hussiten, die ‘op alle brandstapels geblakerd, aan alle galgen gehangen, aan alle kruisen genageld, op alle raderen geradbraakt, door alle paarden gevierendeeld’ werden, en ik ondernam een uitstapje naar Zeist. Het huis der Moravische Broeders werd omtrent het midden der vorige eeuw gesticht en bevat bij de twee honderd en vijftig personen. Het voorkomen is streng gelijk het leven zijner bewoners."
Ben je geïnteresseerd in de rest van het verhaal klik dan hier voor de Nederlandse vertaling uit 1876 (is rechtenvrij). Het boek is in 1985 ook in vertaling uitgegeven in de reeks 'Op Schrijvers Voeten'.

























_(lighter).jpg)







